De Aanbestedingswet is van toepassing als aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan. Deze criteria zijn cumulatief (alledrie tegelijk van toepassing):
- Er is een bouwplicht
De koper van de grond moet verplicht iets bouwen. In dit geval verkoopt de gemeente de grond aan een andere partij, met een bouwverplichting.
- De gemeente stelt extra eisen
De gemeente stelt meer eisen aan wat er gebouwd moet worden dan alleen de regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
- De gemeente heeft een economisch belang
De gemeente heeft direct economisch voordeel bij wat er gebouwd wordt.
De gemeente hoeft bij de uitgifte of verkoop van eigen grond niet altijd de aanbestedingsprocedure te volgen. Dat moet wel als aan de bovengenoemde drie cumulatieve criteria wordt voldaan.
Er is dan in ieder geval sprake van een bouwplicht, namelijk de realisatie van solar carports. De vraag is of ook aan de andere twee vereisten wordt voldaan. Denk bijvoorbeeld aan extra duurzaamheidseisen die verder gaan dan het Bbl, of aan plannen van de gemeente om inkomsten te ontvangen uit de geproduceerde stroom. Dan is het aanbestedingsrecht van toepassing. De gemeente moet dan een aanbesteding organiseren voor zowel de verkoop of uitgifte van de grond als voor het sluiten van een realisatieovereenkomst. Dit gebeurt volgens de regels van de Aanbestedingswet en de Gids Proportionaliteit.
De gemeente kan voor twee aanbestedingsvormen kiezen:
- Een getrapte aanpak
De gemeente houdt een aanbesteding met een intentieovereenkomst, waarbij de ontwikkelaar dus concreet zicht op realisatie wordt geboden, mits de ontwikkelfase succesvol wordt doorlopen.
- Een realisatieovereenkomst (op basis van de UAV 2012) of een ontwerp- en realisatieovereenkomst (op basis van UAV-GC 2025[1])
De gemeente organiseert een aanbesteding, waarbij een ontwikkelaar een prijs en/of kwaliteitsaanbieding doet en na gunning het project kan ontwikkeling en realiseren.